Het is vijf voor 11 ’s avonds, en ik kijk een slechte film op tv. Eigenlijk kon ik net zo goed slapen, maar ik blijf toch nog even wakker. Geklop op mijn deur. Een beetje verdwaasd kijk ik voorzichtig om het gordijn, en zie een oude mevrouw staan. Ik vraag of ik de vrouw kan helpen. Ze vertelt dat ze net bij haar kleinzoon vandaan komt, en al een uur wacht op de taxi die maar niet is gekomen. Of ik de taxi even zou willen bellen. Natuurlijk wil ik dat, en ik laat de vrouw binnen. Ze ziet in mijn huiskamertje allemaal wol, en andere spin- en breibenodigdheden liggen. Leuk! Deze mevrouw houdt van breien en vraagt naar mijn hobby. Eerst bel ik de taxi, die al een uur geleden langs was geweest, maar nogmaals een taxi zal sturen. Helaas kan de taxi niet eerder dan over een half uur komen. De tijd vullen we met kletsen over onze gemeenschappelijke hobby.Ik laat haar zien wat ik heb gebreid en gesponnen. Ze kijkt en voelt naar mijn wolletjes, en is oprecht verbaasd dat ik, zo’n jonge meid, hier zo mee bezig ben, en met zulke kwaliteit. Mevrouw breit vooral truien en vesten en kent sokkenpatronen uit haar hoofd. Ze vertelt dat ze niet zo lang geleden in een café had gebreid. Een café tegenover het station. Ze weet niet meer hoe het heet. Ze vertelt dat ze daar voor iets was van de krant ‘ofzo’. Dat er allemaal jonge mensen waren, die heel goed konden breien, wat ze zeker niet had verwacht. Ik zit ondertussen op mijn bed met een grijns van oor tot oor. Deze mevrouw ken ik! Deze mevrouw van 86 heb ik vaker gezien! Deze mevrouw was in café Wouters, bij onze Stitch ’n Bitch avond! Ik vertel haar dat ik er die avond ook bij was, en ze gelooft me niet. Ik vertel haar dat ik haar het patroon van de ‘pomatomus’ eens heb opgestuurd, omdat ze dat destijds zo’n mooi patroon vond. En laat haar de sok zien. En dan weet ze het weer. Van ver komt de herinnering naar boven. De taxi arriveert. Ik zeg de mevrouw gedag, wie weet wel weer tot ziens. Wat een bijzonder bezoek. Wat een kleine wereld..